Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het straf(cassatie)recht.








Neem vrijblijvend contact op


conclusie advocaat generaal Sinnige over al dan niet tijdig verzoek doen om belastende getuigen te horen

Nog vrij recent, 14 oktober 2025, is de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:1519 ) ingegaan op de vraag of het verzoek om een belastende maar niet gehoorde getuige kan worden afgewezen op grond van de omstandigheid dat de verdediging niet eerder uit eigen beweging gebruik heeft gemaakt van mogelijkheden die de wet biedt om een ondervragingsgelegenheid te bewerkstelligen, terwijl daarvoor geen gegronde reden bestond.

Op 3 februari 2026 is advocaat-generaal Sinnige in een cassatiezaak onder meer ingegaan op de consequenties van deze recente jurisprudentie. In deze zaak, waarin de verdachte in eerste aanleg voor mishandeling was veroordeeld, is in hoger beroep op 10 oktober 2022 een rolzitting georganiseerd die bedoeld was om te inventariseren welke bezwaren er bestonden tegen het vonnis waarbij de verdediging heeft aangevoerd dat het hoger beroep zich tegen de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten richt. Vervolgens is een inhoudelijke zitting gepland.
Op die inhoudelijke zitting heeft de verdediging bewijsverweren gevoerd. Daarnaast heeft de verdediging het voorwaardelijke verzoek om de aangever en een belastende getuige als getuigen te horen. Daartoe is aangevoerd dat zij allebei een belastende verklaring hebben afgelegd, waarbij het belang van de verdediging in beginsel moet worden verondersteld. Voorts is aangevoerd dat de verdediging aangeefster (onder andere) nader zou willen bevragen over de door haar genoemde geweldshandeling en de getuige over waar hij stond tijdens zijn waarneming, wat hij vanaf daar wél en niet heeft gezien/heeft kunnen zien en wat hij bedoelt met ‘schermutseling’. Vervolgens heeft de voorzitter waarom dit voorwaardelijk verzoek niet eerder is gedaan waarop de verdediging heeft geantwoord dat vrijspraak aangewezen was.

In het arrest is de mishandeling bewezen verklaard en het voorwaardelijk verzoek afgewezen. Daartoe heeft het hof onder meer geoordeeld dat het verzoek moet worden getoetst aan het noodzakelijkheidscriterium. Dit aangezien er niet binnen twee weken na het instellen van het hoger beroep een appelschriftuur is ingediend, waarin het verzoek is neergelegd. Volgens het hof ontbreekt de noodzaak tot het horen van de getuigen gelet op de zeer beperkte onderbouwing door de verdediging en de voorhanden processtukken die volgens het hof voldoende duidelijk zijn. Bovendien had in een eerder onderzoeksfase verzocht moeten worden tot het horen van de getuigen. Het verzoek pas bij de zitting bij de inhoudelijke behandeling in te dienen levert strijd op met de procesorde. Het hof stelt daarnaast dat de rechtspraak van het EHRM (Keskin tegen Nederland)) en in navolging daarvan de Hoge Raad over het horen van belastende getuigen ‘onder deze omstandigheden’ niet in de weg staan aan de afwijzing van het voorwaardelijke verzoek.
Dit oordeel is volgens de advocaat-generaal niet juist. Het oordeel van het hof dat de noodzaak tot het horen van de getuigen ontbreekt ‘gelet op de zeer beperkte onderbouwing door de verdediging’ is niet zonder meer begrijpelijk nu het getuigen betreft die belastend hebben verklaard. Voor zover het hof met zijn oordeel dat de noodzaak tot het horen van de getuigen tevens ontbreekt met het oog op “de voorhanden processtukken die voldoende duidelijk zijn” heeft bedoeld te zeggen dat het (opnieuw) horen van aangever en de getuige voor de bewijsvoering van geen enkel belang zal zijn of geen toegevoegde waarde zal hebben, is dat oordeel evenmin begrijpelijk. Niet kan worden gesteld dat hetgeen de verdediging heeft willen betwisten door andere resultaten van het strafrechtelijk onderzoek al in zoverre buiten redelijke twijfel is komen vast te staan. Gelet hierop is het horen van de getuigen voor de bewijsvoering niet ‘manifestly irrelevant or redundant’.
Het oordeel van het hof dat de verdediging in strijd met de goede procesorde pas in een laat stadium met het voorwaardelijke verzoek tot het horen van aangever en getuige is gekomen, kan de afwijzing van dat verzoek evenmin dragen. De advocaat-generaal stelt daarbij vast dat hier zich niet de situatie voordoet als omschreven in de uitspraak van de Hoge Raad van 14 oktober 2025, waarin de verdediging expliciet daarnaar gevraagd (uitdrukkelijk) heeft aangegeven niet een verzoek te doen, dan wel niet heeft gereageerd op de uitdrukkelijke vraag of zij nog onderzoekswensen had. Het hof heeft in de voorliggende zaak weliswaar overwogen dat de verdediging op de rolzitting van 10 oktober 2022 onderzoekswensen “moest opgeven”, maar uit het proces-verbaal van die zitting kan worden opgemaakt dat de verdediging daar niet uitdrukkelijk is gevraagd naar eventuele onderzoekswensen en evenmin expliciet heeft aangegeven geen verzoeken te doen. Het gaat hier aldus om de situatie waarin de verdediging niet eerder uit eigen beweging gebruik heeft gemaakt van mogelijkheden die de wet biedt om een ondervragingsgelegenheid te bewerkstelligen, terwijl daarvoor geen gegronde reden bestond. Die enkele omstandigheid biedt echter geen grond voor afwijzing van het verzoek. Een en ander kan wél meewegen bij de beoordeling of het proces als geheel eerlijk is verlopen. Het hof heeft in deze zaak in zijn overwegingen er echter geen blijk van gegeven te hebben nagegaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Gelet hierop zal de uitspraak dan ook moeten worden vernietigd.
De Hoge Raad verwacht uitspraak te doen op 14 april 2026

Zie voor de conclusie: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2026:143&showbutton=true&idx=28










https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:PHR:2026:143&showbutton=true&idx=28






Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274

E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Berlo: vanberlo@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets