Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Verdelen van de buit na inbraak dus ook witwassen van de buit?



21 november 2019 - Bij witwassen wordt wel gedacht aan ingewikkelde constructies, waarbij door middel van allerlei schimmige transacties door misdrijf verkregen geldbedragen aan het zicht van de buitenwereld wordt onttrokken. Het verbergen van de werkelijke aard of herkomst van door misdrijf verkregen voorwerpen levert inderdaad witwassen op. Toch is de wetstekst aanmerkelijk ruimer. Ook het verwerven, voorhanden hebben, overdragen, omzetten of gebruik maken van een door misdrijf verkregen voorwerp levert witwassen op.

De ruime tekst van het wetsartikel (art. 420bis Sr) leverde destijds in het Parlement wel vragen op. Gelet op de wetstekst zou degene die het slot van een fiets openbreekt en vervolgens daarmee wegrijdt zich niet alleen aan diefstal schuldig maken, maar ook aan witwassen. De Minister stelde het Parlement gerust door te beweren dat een verstandig opererend Openbaar Ministerie in zo’n geval een fietsendief niet ook zou vervolgen voor witwassen.
Zoals te verwachten was, werd deze gedachte al snel naar het rijk der fabelen verwezen. Zeker omdat witwassen volgens het Openbaar Ministerie makkelijker te vervolgen is dan een vervolging van het feit dat mogelijk het onverklaarbare geld had veroorzaakt. Dit leidde ertoe dat de Hoge Raad ingreep. Indien degene die voorwerpen (zoals geld) voorhanden had of had verworven door middel van een door diegene zelf gepleegd misdrijf, zou witwassen wel bewezen kunnen worden, maar zou dit niet kunnen worden gekwalificeerd als witwassen.

Hoewel de wetgever de wet inmiddels per 1 januari 2017 heeft aangepast leidt de jurisprudentie van de Hoge Raad ertoe dat degene die voor 1 januari 2017 een misdrijf pleegde en daardoor een voorwerp verwierf of voorhanden kreeg, niet voor witwassen kon worden bestraft. Het bewezenverklaarde kan dan immers niet als ‘witwassen’ worden gekwalificeerd.

In een wat oude zaak veroordeelde het hof Arnhem een verdachte voor een aantal inbraken. Deze inbraken had verdachte volgens het hof in vereniging met anderen gepleegd. Daarnaast achtte het hof bewezen dat de plegers de buit (geld) van de inbraken na die inbraken hadden verdeeld. Door het verdelen van de buit zou de criminele herkomst van het geld zijn verhuld. Naar de mening van het hof was dus niet alleen sprake van het verwerven en voorhanden hebben van dat uit misdrijf afkomstige geld, maar ook van ‘omzetten’ van door misdrijf verkregen voorwerpen. De zogenaamde ‘kwalificatie-uitsluitingsgrond’ is hierop niet van toepassing, dus zou verdachte zich ook schuldig hebben gemaakt aan witwassen zodat de verdachte daarvoor ook kon worden gestraft.
In cassatie is hiertegen opgekomen. Het verdelen van de buit na een inbraak kan niet worden beschouwd als ‘omzetten’. Volgens de verdediging wordt onder ‘omzetten’ verstaan het verwisselen van voorwerpen met andere voorwerpen. Daarnaast is aangevoerd dat het enkele verdelen van de buit (afkomstig uit een eigen misdrijf) niet worden aangemerkt als het verhullen van de illegale herkomst, zodat de kwalificatie-uitsluitingsgrond van toepassing is en verdachte niet voor witwassen kan worden bestraft.

In zijn advies (‘conclusie’) van 19 november jl. is advocaat-generaal mr. F.W. Bleichrodt ingegaan op deze kwestie. Ook hij meent dat van ‘omzetten’ geen sprake is. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat van ‘omzetten’ sprake is in geval van handelingen (vervanging, ruil, investering), waardoor de betrokkene een ander voorwerp verkrijgt dat het voordeel uit het oorspronkelijk misdrijf belichaamt. Uit de vaststellingen van het hof volgt niet dat sprake is geweest van handelingen waardoor de verdachte en zijn medeverdachten een ander voorwerp hebben verkregen dan hetgeen oorspronkelijk uit misdrijf is verkregen. Het enkele verdelen van het geldbedrag tussen de medeverdachten is daartoe ontoereikend.

Omdat het hof ook heeft vastgesteld dat het geldbedrag dat de verdachte samen met anderen heeft verworven en voorhanden heeft gehad afkomstig is van een door hen zelf gepleegde woninginbraak, is volgens hem de kwalificatie-uitsluitingsgrond van toepassing is. De verdeling van het geldbedrag tussen de deelnemers aan de woninginbraak laat onverlet dat het geld binnen de dadergroep is gebleven, zodat ook niet kan worden gesproken van ‘verhullen’. Hij adviseert de Hoge Raad dan ook de uitspraak van het hof te vernietigen en naar het hof terug te wijzen. De Hoge Raad verwacht op 14 januari 2020 uitspraak te doen.

De conclusie treft u hier aan.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl
E-mail mr. Van den Akker: vandenakker@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets