Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Onjuist beslag op mogelijk crimineel geld van onwetende derde?



27 maart 2019 - Het is de regering en het Openbaar Ministerie ernst met de jacht op crimineel geld. Misdaad mag niet lonen. Buit moet worden afgepakt. Dit kan gebeuren door een ontnemingsprocedure (‘pluk-ze’) aan te spannen. Ook is het mogelijk een verdachte te vervolgen voor witwassen.

In een ‘pluk-ze’ procedure kan de betrokkene worden veroordeeld de buit af te dragen aan de Staatskas. Om er voor te zorgen dat de buit daadwerkelijk naar de Staatkas vloeit en niet in handen blijft van een veroordeelde, heeft het OM de mogelijkheid een veroordeelde te dwingen over te gaan tot betaling. Ook kan er beslag worden gelegd op vermogen van de veroordeelde. Dit kan al gebeuren voordat de rechter uitspraak heeft gedaan, om te voorkomen dat de Staat uiteindelijk naast het net vist.

De wetgever heeft het ook mogelijk gemaakt om beslag te leggen op vermogen van een ander dan degene die in de pluk-ze procedure terecht staat. Zo wordt voorkomen dat buit niet kan worden afgepakt, doordat de buit bijvoorbeeld bij een vriendje wordt gestald. Dan zullen er wel voldoende aanwijzingen moeten bestaan dat de zaken waarop het (conservatoir) beslag is gelegd aan die ander zijn gaan toebehoren met het kennelijke doel om de uitwinning van de aan de crimineel toebehorende voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen en dat die ander dit wist of redelijkerwijs kon vermoeden.

In 2017 heeft een Hongaarse onderneming een beklag ingediend bij de rechtbank Oost-Brabant. In het beklag verzocht de onderneming het op in Hongarije gelegen onroerende zaken gelegd conservatoire beslag op te heffen. Het beslag was gelegd door het Nederlandse Openbaar Ministerie. In 2016 was een Nederlander in een pluk-ze zaak veroordeeld om € 496.000,00 te betalen aan de Staat. De Nederlander is een van de oprichters van de Hongaarse onderneming, die in 2008 de onroerende zaken zou hebben aangeworven. Daarna zou de Nederlander aanmerkelijke bedragen in de Hongaarse onderneming hebben geïnvesteerd.
In de uitspraak heeft de rechtbank het beklag afgewezen. In de uitspraak overweegt de rechtbank daartoe dat bij de vraag of de onderneming wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de voorwerpen aan haar zijn gaan toebehoren met het kennelijke doel om uitwinning van de voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen, het relevant is om te bezien wie feitelijke zeggenschap over de rechtspersoon had. Omdat de Nederlander aandeelhouder/bestuurder is en zelfstandig bevoegd is om de onderneming te vertegenwoordigen en tevens actief zeggenschap had binnen de onderneming, was de rechtbank van mening dat de wetenschap van de Nederlander kon worden toegerekend aan de onderneming.

In cassatie is over deze uitspraak geklaagd. In het arrest van 26 maart 2019 heeft de Hoge Raad de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De Hoge Raad overweegt dat uit de omstandigheden dat de Nederlander één van de oprichters en sindsdien één van de aandeelhouders en bestuurders van de klaagster is; hij bij rechterlijke uitspraken is veroordeeld wegens overtreding van de Opiumwet en hem de verplichting is opgelegd tot betaling aan de Staat van € 496.000,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel; het aannemelijk is dat de (deels contante) investeringen van hem in de onderneming voor een aanmerkelijk deel uit misdrijf afkomstig zijn en de wetenschap van de Nederlander, onder meer met betrekking tot de inhoud van voormelde uitspraken, kan worden toegerekend aan de klaagster, nog niet zonder meer volgt dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de Nederlander de investeringen in de onderneming heeft gedaan met het kennelijke doel de uitwinning daarvan te bemoeilijken of te verhinderen en dat de onderneming dit wist of redelijkerwijs kon vermoeden.

De rechtbank zal dus opnieuw de zaak moeten behandelen. Hoewel het begrijpelijk is dat men buit wil afpakken, zijn er grenzen. Zeker als beslag word gelegd op voorwerpen die aan een ander dan aan degene die veroordeeld is toebehoren, dient voldaan te worden aan de wettelijke eisen.

Klik hier voor het arrest.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl
E-mail mr. Van den Akker: vandenakker@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets