Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Aanhouding van zitting in verband met afwezigheid van advocaat



In april 2015 heeft de Politierechter te Amsterdam een verdachte veroordeeld tot (onder meer) een gevangenisstraf van 4 weken. Daarnaast zijn 2 voertuigen verbeurd verklaard. De verdachte is daartegen in beroep gegaan. In hoger beroep heeft de advocate van de verdachte voor de zitting verzocht de behandeling aan te houden omdat zij verhinderd was. Voorafgaande aan de zitting heeft het hof de advocate bericht dat het verzoek niet gehonoreerd zou worden en dat de strafzaak op het aanvankelijke, met de raadsvrouw overeengekomen tijdstip zal worden behandeld. Op de zitting zijn de verdachte en de advocate vervolgens niet verschenen.

De advocaat generaal heeft verstek gevraagd en gekregen. Vervolgens heeft het hof de verdachte niet ontvankelijk verklaard. Het hof heeft hierbij overwogen dat verdachte geen schriftuur houdende grieven had ingediend en ook niet mondeling ter zitting bezwaren tegen het vonnis had opgegeven, zodat het hof op basis van art. 416 lid 2 Sv de verdachte niet ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep.

In cassatie (zaak S 16/03369) is onder meer aangevoerd dat het oordeel van het hof, dat verdachte geen grieven zou hebben opgegeven tegen het vonnis zodat de verdachte niet ontvankelijk kon worden verklaard, niet juist is. Voorts is aangevoerd dat het hof ten onrechte niet ter terechtzitting een beslissing heeft genomen op het aanhoudingsverzoek. Indien er van uit moet worden gegaan dat het hof bedoeld heeft het verzoek af te wijzen op de eerder in de correspondentie aangegeven gronden, dan blijkt daar niet uit dat het hof de juiste belangenafweging heeft gemaakt.
Op 5 december jl heeft advocaat-generaal Spronken haar visie gegeven. Zij geeft aan dat de rechter een afweging dient te maken tussen alle daarbij betrokken belangen, waaronder het belang van de verdachte bij het uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht en het belang dat ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting en een goede organisatie van de rechtspleging. Dit geldt ook wanneer het gaat om een verhindering van een advocaat. In zo’n geval moet ook het recht van de verdachte op rechtsbijstand door een advocaat van zijn keuze te worden meegewogen. Uit de beslissing van de rechter moet blijken dat deze de belangen heeft afgewogen; daarnaast moet zijn ingegaan op hetgeen aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag is gelegd.
De advocaat-generaal stelt de Hoge Raad voor de uitspraak te vernietigen omdat uit de beslissing van het hof niet kan volgen dat het hof is ingegaan op wat aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag is gelegd en dat het hof de vereiste en juiste belangenafweging heeft gemaakt. Bij die belangenafweging heeft het hof ook ten onrechte niet meegewogen dat door de beslissing van het hof de raadsvrouw geen mogelijkheid meer heeft gehad om namens de verdachte alsnog mondeling bezwaren tegen het vonnis op te geven, waarmee een niet ontvankelijkheid op grond van art. 416 lid 2 Sv kon worden afgewend.

De Hoge Raad verwacht op 30 januari 2018 uitspraak te doen.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets