Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Bezwaarschrift Inkomstenbelasting en valsheid in geschrift



4 oktober 2017 - In 2010 heeft een fiscalist namens een cliënt een bezwaarschrift I.B. ingediend , waarin bezwaar werd gemaakt tegen een ambtshalve opgelegde aanslag Inkomstenbelasting 2007. In het bezwaarschrift werd vermeld dat ‘voor zover nodig’ een ingevuld formulier aangifte I.B. 2007 als motivering kon worden aangemerkt. Uit dat formulier kon volgens het O.M. worden afgeleid dat de belastingplichtige in 2007 geen looninkomsten had genoten, hetgeen volgens de Belastingdienst (en Justitie) niet juist bleek te zijn.

Nadien is de fiscalist vervolgd voor het tezamen en in vereniging met anderen valselijk opmaken van een bezwaarschrift tegen de aanslag. In de tenlastelegging is daartoe aangegeven dat het bezwaarschrift een geschrift is dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen (art. 225 Sr).

Ter zitting in hoger beroep heeft de verdediging (mr. A.M.J Comans, advocaat te Amsterdam) onder meer het verweer gevoerd dat het pro forma bezwaarschrift geen geschrift is met bewijsbestemming. Dit verweer is door het hof Amsterdam verworpen. Het hof stelde daartoe onder meer dat in het bezwaarschrift ondubbelzinnig het standpunt is ingenomen dat het inkomen van de belastingplichtige in 2007 nihil is geweest. In cassatie is het oordeel van het hof aangevochten.
In zijn arrest van 3 oktober 2017 heeft de Hoge Raad de fiscalist vrijgesproken. De Hoge Raad overweegt daartoe dat aan een tegen een belastingaanslag gericht bezwaarschrift als zodanig, voor zover dat bezwaarschrift ertoe strekt het bedrag van de aanslag tot een bepaald bedrag te verminderen, in het maatschappelijk verkeer niet een zodanige betekenis van de inhoud pleegt te worden toegekend dat daaraan een bewijsbestemming in de zin van art. 225 Sr toekomt. De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat een niet binnen de bepaalde termijn ex art. 9 AWR ingediend aangiftebiljet, waarmee de inspecteur bij de aanslagoplegging geen rekening heeft kunnen houden, niet kan gelden als een bij de belastingwet voorziene aangifte in de zin van de belastingwetgeving.

In de conclusie wordt ook (vrij uitvoerig) ingegaan op de vraag hoe het ‘fiscaal pleitbaar standpunt’ zich verhoudt tot het (voorwaardelijk) opzet en/of avas. In het arrest verwijst de Hoge Raad naar de beslissing van de belastingkamer van de Hoge Raad d.d. 21 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:638). De strafkamer van de Hoge Raad sluit zich dus expliciet aan bij de belastingkamer.

Het arrest is te raadplegen op de site www.rechtspraak.nl. Vindplaats: ECLI:NL:HR:2017:2542. De conclusie is ook op die site te vinden. Vindplaats conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:796.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets