Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Opnieuw: aanhoudingsperikelen



22 januari 2020 - Eerder is al aandacht geschonken aan zaken waarin de vraag centraal stond of het hof een verzoek om aanhouding van de behandeling van de zitting vanwege de afwezigheid van een verdachte op juiste gronden en begrijpelijk had afgewezen. Deze kwestie blijft de gemoederen bezig houden. Zo ook in januari 2018.

Op de zitting van het hof ’s-Hertogenbosch bleek de verdachte niet aanwezig te zijn. Zijn raadsman gaf aan dat hij geen contact heeft gehad met zijn cliënt . De cliënt nam de telefoon niet aan en reageerde niet op een brief en e-mail. De raadsman vond dat hij niet als gemachtigd raadsman kon optreden en verzocht aanhouding van de zaak, nu hij het van belang vond dat zijn cliënt bij de inhoudelijke behandeling aanwezig zou zijn.

Het hof wees het verzoek af. Het hof overwoog daartoe dat verdachte wist dat zijn zaak in hoger beroep liep en geacht mag worden zich bereikbaar te houden voor zijn raadsman.

In cassatie is betoogd dat het hof ten onrechte niet een belangenafweging heeft gemaakt tussen het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting.
In zijn conclusie van 14 januari 2020 onderschrijft advocaat-generaal Harteveld de klacht. Hij geeft aan dat een aanhoudingsverzoek op twee gronden kan worden afgewezen. De rechter kan een verzoek afwijzen op de grond dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is. Indien zich dit eerste geval niet voordoet, dient de rechter een afweging te maken tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen, welke afweging ook kan uitmonden in een afwijzing van het verzoek.

Wanneer door of namens de verdachte appel is ingesteld - maar overigens ook indien het beroep is ingesteld door de officier van justitie - moet rekening worden gehouden met de waarschijnlijkheid dat de verdachte van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wil maken. Daarom mag van degene die hoger beroep instelt en prijs stelt op berechting op tegenspraak worden verwacht dat hij de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen neemt om te voorkomen dat de appeldagvaarding hem niet bereikt of de inhoud daarvan niet te zijner kennis komt. Tot zo’n maatregel kan in elk geval worden gerekend dat de verdachte zich bereikbaar houdt voor zijn raadsman, opdat de verdachte in voorkomende gevallen (ook) langs die weg van het tijdstip van de behandeling van zijn zaak op de hoogte komt.
Deze regel kan ook een rol van betekenis spelen in situaties waarin door de raadsman ter terechtzitting wordt aangegeven dat hij niet weet waarom de verdachte niet is verschenen en hij het mogelijk acht dat de verdachte geen weet heeft van de zitting en om die reden een aanhoudingsverzoek doet.

Indien in een dergelijk geval niet kan worden vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk weet heeft van de zitting, bijvoorbeeld als de appeldagvaarding niet aan hem in persoon is uitgereikt, kan het verzoek niet worden afgewezen op de enkele grond dat de aangevoerde grond (het mogelijk niet op de hoogte zijn van de zitting) niet aannemelijk is geworden, maar dient de rechter een afweging te maken tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen. Bij die belangenafweging kan vervolgens - naast andere factoren die daarvoor van belang kunnen zijn, zoals het procesverloop en het gewicht van de zaak - betekenis toekomen aan de omstandigheid dat de verdachte kennelijk niet de hiervoor genoemde in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen heeft getroffen om op de hoogte te komen van het tijdstip van de behandeling van zijn zaak.
Uit hetgeen het hof in deze zaak heeft vastgesteld kan volgens de advocaat-generaal niet worden afgeleid dat niet aannemelijk is dat de verdachte prijs stelt op berechting in zijn tegenwoordigheid en dus vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. Wetenschap van het ingestelde hoger beroep en onbereikbaar houden voor zijn raadsman is daartoe onvoldoende. Dat de verdachte niet de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen heeft getroffen om op de hoogte te komen van het tijdstip van de behandeling van zijn zaak is een factor die kan meetellen bij de belangenafweging tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen.

Dan moet die belangenafweging door het hof ook wel worden verricht en moet daarvan blijk worden gegeven in het arrest of het proces-verbaal van de zitting. Omdat dit in deze zaak niet is gedaan, stelt de advocaat-generaal voor de uitspraak van het hof te vernietigen.

De Hoge Raad verwacht uitspraak te doen op 3 maart 2020.

De conclusie treft u hier aan.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl
E-mail mr. Van den Akker: vandenakker@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets