Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Criminele organisatie en wederrechtelijk verkregen voordeel



11 december 2019 - Eerder is in de rubriek aandacht besteed aan een conclusie van advocaat-generaal Harteveld. In de conclusie is de advocaat generaal ingegaan op de toerekening van wederrechtelijk verkregen voordeel indien dat voordeel gebaseerd wordt op deelneming aan een criminele organisatie.

Indien bewezen is verklaard dat een (gewezen) verdachte, hierna te noemen: veroordeelde, zich aan een aantal feiten schuldig heeft gemaakt kan het Openbaar Ministerie de veroordeelde ook bespringen met een ontnemingsvordering. Het OM kan dan vorderen dat het door de veroordeelde door middel van de bewezen verklaarde feiten genoten wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde wordt ontnomen.

In 2012 is in een strafzaak een aantal feiten bewezen verklaard, waaronder deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft gehad het in de uitoefening van een beroep of bedrijf telen van hennep en diefstal van stroom. Daarnaast was bewezen dat de veroordeelde in een pand in Dordrecht samen met anderen hennep heeft geteeld en daarbij stroom had gestolen.

In de ontnemingsbeslissing heeft de rechtbank vervolgens overwogen dat de criminele organisatie hennepkwekerijen heeft geëxploiteerd op vijf verschillende adressen. Naast het pand in Dordrecht zijn hennepkwekerijen actief geweest op adressen in Papendrecht, Culemborg , Oss en Heteren.

Vervolgens heeft de rechtbank berekend wat de opbrengst van al die kwekerijen is geweest. Omdat de organisatie gevormd zou worden door 6 personen, en één van die personen slechts een beperkte rol had gespeeld en een gering dagloon had ontvangen, bestond het wederrechtelijk voordeel dat de veroordeelde zou hebben ontvangen 1/5 deel de opbrengsten van alle kwekerijen. Daarbij overwoog de rechtbank dat noch uit het procesdossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat veroordeelde een ander aandeel binnen de criminele organisatie heeft gehad dan zijn medeveroordeelden en bovendien daarover ook geen inzicht heeft willen geven. Dit bedrag werd vervolgens aan de verdachte opgelegd.

In hoger beroep heeft de veroordeelde aangegeven het niet eens te zijn met de door de rechtbank gebruikte berekening. Zo voerde hij onder meer aan dat hij niet bij de criminele organisatie hoorde “want ik ben ook pas later in het onderzoek betrokken. Ik ben maar een kleine schakel.”
In het arrest heeft het hof het vonnis van de rechtbank bevestigd.

Op 10 december 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie de uitspraak van het hof vernietigd, zoals eerder door de advocaat-generaal was geadviseerd. De Hoge Raad herhaalt dat de rechter niet altijd de omvang van het voordeel van elk van die daders aanstonds zal kunnen vaststellen in het geval er verscheidene daders zijn. De rechter zal op basis van alle hem bekende omstandigheden van het geval, zoals de rol die de onderscheiden daders hebben gespeeld en het aantreffen van het voordeel bij één of meer van hen, moeten bepalen welk deel van het totale voordeel aan elk van hen moet worden toegerekend. Indien de omstandigheden van het geval onvoldoende aanknopingspunten bieden voor een andere toerekening, kan dit ertoe leiden dat het voordeel pondspondsgewijze wordt toegerekend. Dat betekent niet dat de rechter, in het geval er verscheidene daders zijn, ook verplicht is tot een verdeling te komen en evenmin dat pondspondsgewijze toerekening, ingeval de rechter wel tot een verdeling komt, dan op zichzelf het uitgangspunt dient te vormen. De omstandigheden van het geval zijn in dezen beslissend. Voor het antwoord op de vraag in hoeverre de rechter tot een nadere motivering van zijn oordeel is gehouden, komt bovendien gewicht toe aan de procesopstelling van de betrokkene.

In deze zaak constateert de Hoge Raad dat het hof kennelijk heeft geoordeeld dat ervan moet worden uitgegaan dat de betrokkene, als deelnemer aan de criminele organisatie, feitelijk en voor een gelijk deel profiteerde van de gehele opbrengst van de door die organisatie uitgevoerde misdrijven. Dat oordeel is niet toereikend gemotiveerd omdat het hof, dat niet tot uitdrukking heeft gebracht welke vaststellingen het heeft kunnen doen met betrekking tot het aandeel van de betrokkene in de organisatie, bij een samenwerkingsverband als het onderhavige niet kon volstaan met de enkele overweging dat de betrokkene geen inzicht heeft willen geven in zijn aandeel in de criminele organisatie en dat niet is gebleken dat de betrokkene een ander aandeel heeft gehad dan zijn medeveroordeelden.

Het hof zal de zaak dus opnieuw moeten beoordelen. Klik hier voor het arrest van de Hoge Raad.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl
E-mail mr. Van den Akker: vandenakker@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets