Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Criminele organisatie en voordeelsontneming



4 oktober 2019 - Indien een dader van een strafbaar feit door middel van dat feit wederrechtelijk voordeel verkrijgt, kan dat voordeel hem worden ontnomen. Dit strafbare feit kan het in de strafzaak bewezen verklaarde feit zijn. Onder bepaalde omstandigheden kan ook voordeel ontnomen dat de dader heeft genoten uit andere feiten.

Niet altijd is duidelijk of de dader (‘veroordeelde’) daadwerkelijk voordeel heeft genoten en zo ja: ter hoogte van welk bedrag. Complicerende factor kan zijn dat de dader niet alleen heeft gehandeld, maar met anderen. Wanneer verschillende personen gezamenlijk hebben geprofiteerd van de gepleegde strafbare feiten, zal het door de betrokkene individueel behaalde wederrechtelijk voordeel als uitgangspunt moeten worden genomen. Wanneer meerdere veroordeelden tezamen wederrechtelijk verkregen voordeel hebben verkregen, rijst de vraag welk gedeelte van het totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde is ontvangen. Indien niet blijkt van een onderlinge rolverdeling, mag de rechter aannemen dat de veroordeelden het voordeel pondspondsgewijs verdelen.

Op dit moment is bij de Hoge Raad een zaak aanhangig waarin de vraag aan de orde was of en zo ja hoeveel wederrechtelijk verkregen voordeel de veroordeelde zou hebben genoten. In de aan de ontnemingsprocedure ten grondslag liggende strafzaak waren een aantal feiten bewezen verklaard, waaronder deelneming aan een organisatie die als oogmerk heeft gehad het plegen van strafbare feiten, zoals het in de uitoefening van beroep of bedrijf telen van hennep.

In de ontnemingsprocedure is vervolgens geoordeeld dat de organisatie uit zes personen bestond, maar de ontnemingsvordering zich slechts tot vijf personen richt, omdat de zesde persoon slechts een beperkte rol had en het geldbedrag dat hij kreeg beperkt is gebleven tot een dagloon van € 100,- à € 150,-.
Het door de criminele organisatie verkregen voordeel is volgens de rechtbank en het hof dus toegekomen aan vijf personen, waaronder veroordeelde. Daarbij komt nog dat noch uit het dossier, noch uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat veroordeelde een ander aandeel binnen de criminele organisatie heeft gehad en veroordeelde hier zelf ook geen inzicht in heeft willen geven, zodat het totale geldbedrag tussen de vijf veroordeelden gelijkelijk verdeeld kan worden.

Tegen de uitspraak is cassatie ingesteld. In cassatie is aangevoerd dat de redenering tekort schiet. Aangevoerd is dat uit geen bewijsmiddel blijkt dat veroordeelde als deelnemer aan die criminele organisatie daadwerkelijk wederrechtelijk verkregen voordeel heeft ontvangen of dat hij daadwerkelijk heeft gedeeld in de winst. De redenering, dat niet kan worden vastgesteld welk aandeel van het totale voordeel aan de betrokkene kan worden toegerekend, zodat het totale voordeel in vijf gelijke delen kan worden verdeeld, is geen toereikende motivering, nu de vaststelling dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en de schatting van de omvang vooraf gaan aan de vraag welk aandeel van het totale voordeel aan de betrokkene moet worden toegerekend.

In zijn conclusie van 1 oktober 2019 valt advocaat-generaal mr. A.E. Harteveld de verdediging bij. Volgens hem kan in zijn algemeenheid wel worden aangenomen dat de deelnemers van een criminele organisatie meedelen in de opbrengsten van die organisatie, maar dan is wel noodzakelijk dat blijkt dat de betrokkene daadwerkelijk voordeel heeft genoten. Hieraan schort het volgens de advocaat-generaal in de bestreden uitspraak. De ontnemingsbeslissing geeft geen inzicht in de vraag of de betrokkene feitelijk deelde in de opbrengsten van door andere leden van de criminele organisatie waarvan hij deel uitmaakte uitgevoerde misdrijven. De omstandigheid dat niet uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de betrokkene een ander aandeel heeft gehad binnen de criminele organisatie dan de medeveroordeelden, biedt geen toereikende motivering voor de ontnemingsbeslissing, zodat de A-G voorstelt de uitspraak te vernietigen.

De conclusie treft u hier aan.

De Hoge Raad verwacht op 19 november 2019 uitspraak te doen.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl
E-mail mr. Van den Akker: vandenakker@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets