Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Recht op tegenonderzoek



8 juli 2019 - In februari 2017 heeft de rechtbank Rotterdam een verdachte veroordeeld voor diefstal. Verdachte heeft als medewerker van een geldtransportbedrijf een geldkoffer met plofdeksel in een de geldwagen gereed gemaakt voor transport. Dit is gedaan door op het plofdeksel een code in te voeren. Doordat bij de muursluis schrikhekken waren geplaatst was het niet mogelijk de geldwagen op korte afstand daarvan te parkeren. De kluis is door verdachte met een speciale sleutel geopend waarna verdachte de koffer in de sluis heeft gezet en de bank is ingelopen. Vervolgens blijkt de koffer uit de sluis te zijn weggenomen. In de sluis wordt nog slechts een plofdeksel aangetroffen. De bestuurder van de geldwagen ziet een scooter wegrijden met tussen zijn benen de geldkoffer.

Na onderzoek van de werkgever worden verdachte en de bestuurder van de geldwagen als verdachten aangemerkt. De strafzaak tegen de bestuurder wordt geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Verdachte wordt vervolgd en veroordeeld.

In het vonnis verwijst de rechtbank daartoe (onder meer) naar verklaringen en rapporten van de fabrikant van de plofkoffer en het NFI, die onderzoek hebben gedaan naar de uitgelezen logregels uit de plofkop. Hieruit stel de rechtbank vast dat de weggenomen geldkoffer is geopend met een sleutel met code [...] . Nu de geldkoffer met deze sleutel is geopend, moet deze sleutel ook geprogrammeerd zijn. In de logregels zijn de laatste handelingen voor het sluiten van de geldkoffer te zien: er zijn twee sleutels geprogrammeerd, waaronder een sleutel uit klant sleutel groep 3, waartoe de sleutel met code [...] behoorde. Het programmeren van sleutels kan alleen plaatsvinden met behulp van een programmeerunit. Deze programmeerunit zit in het voertuig, in dit geval de geldwagen van verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij de plofkofferkop heeft geprogrammeerd, maar hij ontkent de sleutel [...] te hebben ingevoerd. Zijn verklaring wordt echter volgens de rechtbank weerlegd door de logregels, waaruit blijkt dat deze code is gebruikt en dus ook moet zijn ingevoerd. Het kan volgens de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte de sleutel [...] en een tweede sleutel heeft geprogrammeerd. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verdachte deze sleutel per ongeluk of door een fout heeft ingevoerd. De rechtbank acht op basis van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte welbewust de sleutel [...] in de geldkoffer heeft geprogrammeerd, terwijl hij daar niet toe gerechtigd was. Hij heeft volgens de rechtbank de geldkoffer buiten in de muursluis gezet, waaruit deze kort daarna is meegenomen door een man op een scooter. De rechtbank stelt onder meer vast dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en (in ieder geval) de man op de scooter, waarbij de rol van verdachte essentieel was, omdat hij als enige de sleutel kon programmeren.

Tegen het vonnis stelt verdachte hoger beroep is. In hoger beroep voeren verdachte en zijn raadsman mr. A. Velu uitvoerig en onderbouwd verweer. Zo is aangevoerd dat de onderzoeksresultaten onvolledig zijn c.q. te wensen overlaten en dat daarnaast bepaalde essentiële vragen niet zijn beantwoord, waardoor de tenlastegelegde feiten op grond van de voorhanden bewijsmiddelen niet bewezen kunnen worden. Deze niet nader onderzochte handelingen zijn onder andere benoemd in de pleitnota én in het door de verdachte overgelegde en voorgedragen schriftelijke betoog. Door en namens de verdachte is onder meer aangevoerd dat het lograpport slechts beperkte informatie bevat en geenszins volledig is; merkwaardige fouten vermeld staan in het lograpport; die fouten niet nader zijn onderzocht; enkel de klantsleutelgroepen zichtbaar zijn, maar niet de daadwerkelijk ingevoerde code(s); onduidelijk is of en hoeveel codes reeds waren geprogrammeerd voordat verdachte de ING-code programmeerde;
onduidelijk is of eerder geprogrammeerde sleutels automatisch uit de plofkofferkop gewist worden indien de ‘auto-opener’ wordt gebruikt; de plofkofferkop ook buiten de geldtransportwagen kon worden geprogrammeerd, maar er vervolgens geen onderzoek is gedaan naar waar het invoerpaneel daadwerkelijk gebruikt is; tevens geen onderzoek is gedaan aan het code-invoerpaneel in de desbetreffende geldtransportwagen, zodat ook na onderzoek nog steeds onduidelijkheid bestaat over hoe, door wie, wanneer én of de betreffende code in de plofkofferkop is geprogrammeerd. Tevens heeft de verdachte aan zijn schriftelijke betoog (een gedeelte van) het lograpport gehecht, waarbij verdachte opmerkingen heeft gemaakt bij de logregels die door hem als opmerkelijk of onjuist worden beschouwd. De verdediging heeft voorts aangevoerd dat in het belang van de waarheidsvinding nader onderzoek naar onder meer de hiervoor genoemde punten noodzakelijk is. Hiertoe is zelfs een deskundige van een bedrijf genaamd Schippers IT aangedragen waar specialistische kennis aanwezig is betreffende het doen van onderzoek naar aanleiding van overvallen in de geldtransportwereld. Aan de pleitnota is voorts een e-mail van dit bedrijf gehecht, waaruit volgt dat Schippers IT over de deskundigheid en kennis beschikt om een aantal nader gespecificeerde en aangeduide onderzoeken uit te voeren, die tot op heden ten onrechte nog niet zijn uitgevoerd.

In het arrest heeft het hof het vonnis van de rechtbank bevestigd. Het verzoek van de verdediging tot het doen van nader onderzoek heeft het hof afgewezen, waarbij het hof slechts heeft overwogen dat het hof dit niet noodzakelijk acht. Volgens het hof is onvoldoende toegelicht waarom nader onderzoek noodzakelijk is gelet op de inhoud van het NFI-rapport van 20 september 2013 en de verhoren ter terechtzitting in eerste aanleg van de deskundige van het NFI en de fabrikant.

Tegen dit arrest heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld. In zijn arrest van 2 juli 2019 heeft de Hoge Raad (in lijn met het advies van advocaat-generaal mr. D.J.C. Aben) de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak teruggewezen naar het hof. De Hoge Raad stelt daartoe dat de eis van een eerlijke procesvoering kan meebrengen dat aan een verzoek tot het doen verrichten van een tegenonderzoek gevolg behoort te worden gegeven. Of zich zo een geval voordoet is afhankelijk van de omstandigheden van de desbetreffende zaak. Daarbij kan worden gedacht aan onder meer (a) de gronden waarop het verzoek steunt, (b) het belang van het gevraagde tegenonderzoek in het licht van - bijvoorbeeld - de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal dan wel de overtuigende kracht die pleegt te worden toegekend aan het bestreden onderzoeksresultaat, (c) de omstandigheid dat het verzoek is gedaan op een zodanig tijdstip dat een dergelijk onderzoek nog mogelijk is en (d) de omstandigheid dat het verzoek redelijkerwijs eerder had kunnen worden gedaan.

Naar de mening van de Hoge Raad heeft het hof verzuimd bij zijn afwijzing van het verzoek kenbaar dit toetsingskader te betrekken en heeft in het bijzonder niet betrokken dat en waarom een eerlijke procesvoering in het onderhavige geval aan de afwijzing van het verzoek niet in de weg staat. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het hof zijn oordeel, dat de verdachte in het geldwaardetransportvoertuig met behulp van een ‘programmeerunit’ de klantsleutel met code […] heeft geprogrammeerd - met welke sleutel vervolgens de plofkofferkop van de geldkoffer is geopend, in overwegende mate heeft gebaseerd op de desbetreffende loggegevens, is het slechts door globale verwijzing naar de inhoud van het NFI-rapport en naar verhoren van deskundigen in eerste aanleg gemotiveerde oordeel van het hof dat het verzochte onderzoek niet noodzakelijk is, in het licht van hetgeen de verdediging heeft aangevoerd omtrent onregelmatigheden in de loggegevens, niet toereikend gemotiveerd.

In dit arrest onderstreept de Hoge Raad nog eens dat een uitgebreid en onderbouwd verweer en verzoek van de verdediging serieus moet worden genomen.Het arrest is hier te vinden.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl
E-mail mr. Van den Akker: vandenakker@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets