Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Conclusie A-G 5 februari 2019: beroep op noodweer(exces) onterecht verworpen.



19 februari 2019 - Op 5 februari 2019 heeft advocaat-generaal mr. B.F. Keulen een conclusie genomen met betrekking tot noodweer(exces). Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij een persoon in het bovenlichaam (rechterborst) heeft gestoken met een mes en zo heeft gepoogd om die persoon om het leven te brengen. De verdachte heeft verklaard dat hij een klap tegen zijn hoofd had gehad en daardoor zijn ogen ‘zwart zijn geworden’. De verdediging heeft in hoger beroep een noodweer(exces)verweer gevoerd. Na enig duw- en trekwerk van de zijde van het slachtoffer in een nachtclub is de verdachte weggelopen. Later kwam de verdachte het slachtoffer weer tegen en uiteindelijk maakte het slachtoffer zich vechtklaar. De verdachte is, terwijl hij met zijn muur tegen de rug stond, een aantal keer geduwd waardoor zijn hoofd tegen de muur is geklapt. Daarna is hij geslagen door een groep die bij het slachtoffer hoort. Op dat moment stak hij het slachtoffer in de borst waarna hij is gevlucht met de taxi.

Noodweer en noodweerexces
Van noodweer (art. 41 lid 1 Sr) is sprake wanneer men zich verdedigt tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van lijf, eerbaarheid of goed en de verdediging tegen die aanval geboden (proportioneel) en noodzakelijk is geweest (subsidiair). Noodweer is een uitzondering op het verbod op eigenrichting en het geweldsmonopolie van de overheid en is daarom te classificeren als een bijzondere rechtsstatelijke exceptie. Noodweer komt voort uit het natuurlijke recht dat men zich moet kunnen verdedigen tegen een aanval als de overheid tekort schiet.

Waar het om draait in deze zaak is de proportionaliteit en de subsidiariteit van de verdediging. De proportionaliteit behelst de vraag of de verdediging in redelijke verhouding staat met de aanval, terwijl de subsidiariteit de vraag behelst of de verdachte een redelijk alternatief had, zodanig dat hij zich kon en moest onttrekken. Indien de verdediging niet proportioneel was, kan de verdachte een beroep toekomen op het noodweerexces.

Het noodweerexces (art. 41 lid 2 Sr) is in de kern bezien een logisch uitvloeisel van het noodweer. Het noodweerexces erkent dat de mens niet perfect in staat is rationeel te reageren op een stresssituatie. Noodweerexces biedt een schulduitsluitingsgrond voor degene die de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschrijdt door een hevige gemoedsbeweging die dan weer door de aanval moet zijn veroorzaakt. De hevige gemoedsbeweging kan bestaan uit angst en wanhoop maar niet uit pure woede. In dat geval zou de drempel voor het aannemen van noodweerexces immers laag zijn. Ook andere factoren mogen hebben bijgedragen aan de hevige gemoedsbeweging.
De conclusie van de advocaat-generaal
Het gerechtshof heeft geoordeeld dat er sprake was van een noodweersituatie toen verdachte met zijn rug tegen de muur werd geduwd en geslagen. Het gerechtshof is echter van mening dat verdachte geen beroep op noodweer toekomt omdat de verdediging (steken met een mes) niet in redelijke verhouding staat met de aanval (met blote vuisten slaan) en hij een minder ingrijpend verdedigingsmiddel had kunnen gebruiken (proportionaliteit).
Het gerechtshof heeft ook het beroep op noodweerexces verworpen en daarbij gesteld dat de gedraging van verdachte (het steken met een mes) geen onmiddellijk gevolg was van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door de wederrechtelijke aanval. De hevige gemoedsbeweging heeft het hof niet aannemelijk bevonden.

De advocaat-generaal verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad, waaruit hij opmaakt dat als er een onbalans is tussen de middelen van de verdediging (bijvoorbeeld een pistool) in tegenstelling tot de middelen van de aanval (bijvoorbeeld een blote vuist) dat niet gelijk meebrengt dat een beroep op noodweer strandt. De advocaat-generaal overweegt dat het hof niet heeft vastgesteld óf en hoe de verdachte een minder ingrijpend verdedigingsmiddel dan het mes had kunnen gebruiken. Van de verdachte kan immers niet worden verwacht dat hij het optimale verdedigingsmiddel kiest. De advocaat-generaal vindt dat het gerechtshof een fout heeft gemaakt door te overwegen dat pas aan de proportionaliteit is voldaan als de juiste wijze van verdedigen is gekozen. Daarnaast merkt de advocaat-generaal op dat hij het oordeel van het hof, dat er geen sprake zou zijn van een hevige gemoedsbeweging, ook onvoldoende gemotiveerd vindt.

De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad om het arrest van het gerechtshof te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar datzelfde gerechtshof voor een nieuwe behandeling. De Hoge Raad verwacht uitspraak te doen op 26 maart 2019.

De geanonimiseerde versie van de niet gepubliceerde conclusie treft u hieronder aan.







Conclusie A-G






Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl
E-mail mr. Van den Akker: vandenakker@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets