Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Zelfverdediging



Het recht op zelfverdediging is in het wetboek van Srafrecht verankerd in art. 41 Sr. Niet strafbaar is hij die het feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed. In jurisprudentie zijn aan de vereisten voor een geslaagd beroep nader vorm gegeven. Zo heeft de Hoge Raad in 2016 een overzichtsarrest gewezen, waarin de Hoge Raad de lijnen, zoals in eerdere uitspraken al zijn uitgezet, nog eens in een overzicht (handzaam) heeft aangegeven. De Hoge Raad heeft daarbij overigens wel opgemerkt dat noodweer (en noodweerexces) in de alledaagse praktijk soms aanleiding geven tot moeilijkheden.

De rechter zal op een noodweer verweer gemotiveerd moeten beslissen. Hij zal moeten nagaan of aan de voorwaarden is voldaan, waarbij betekenis kan toekomen aan de inhoud en indringendheid van de aangevoerde argumenten. De last van het aannemelijk maken mag de rechter niet uitsluitend op de verdachte leggen. Indien het verweer wordt verworpen, dient de rechter duidelijk te maken of de gestelde feitelijke toedracht niet aannemelijk geworden acht, dan wel of gelet op die toedracht het beroep niet kan doen slagen. Een verweer kan niet worden aanvaard indien de gedraging niet kan worden aangemerkt als verdediging, maar als aanvallend moet worden beschouwd. De verdediging moet zijn gericht tegen een ‘ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding’.

In strafzaken komt in het kader van het bovenstaande nog wel eens de vraag bovendrijven of de verdachte zich niet aan de aanranding zou hebben kunnen/moeten onttrekken. Daarbij speelt allereerst de vraag of er wel een reële en redelijke mogelijkheid tot onttrekking heeft bestaan. De rechter zal voorts moeten nagaan of dat onttrekken ook van de verdachte kon worden gevergd. Daarnaast moet de rechter nagaan of het verdedigingsmiddel niet in onredelijke verhouding staat tot de ernst van de aanval. De Hoge Raad geeft daarbij wel aan dat de rechter hierbij terughoudendheid moet betrachten.

Het probleem is vaak dat het in een veilige rechtszaal moeilijk is een juist beeld te vormen van hetgeen zich op een bepaalde locatie heeft afgespeeld en dat kennis van de gevolgen van de handelingen van de verdachte de interpretatie van de rechter kunnen kleuren.
Zo heeft het hof ’s-Hertogenbosch in 2016 een verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaren en het noodweer verweer verworpen. Het hof heeft daarbij overwogen dat de verdachte door het latere slachtoffer is geslagen; vervolgens is weggerend; door het slachtoffer is achtervolgd; verdachte onderweg een mes uit zijn jaszak heeft gepakt; een café is in gerend en in een halletje is blijven staan; zich heeft omgedraaid; het slachtoffer voor zich heeft zien staan; het slachtoffer een zeer grote man is die aanzienlijk breder is dan hij; verdachte niet wist of de deur die toegang gaf tot het café naar binnen of buiten opende; verdachte niet het slachtoffer de rug wilde toekeren omdat dit hem extra kwetsbaar maakte; het café niet in durfde te lopen; met het mes heeft gedreigd maar desondanks van het slachtoffer een stomp/klap heeft gekregen en vervolgens het slachtoffer heeft gestoken.

Het beroep op noodweer is door het hof verworpen waarbij het hof heeft overwogen dat verdachte de mogelijkheid om het café in te vluchten onbenut heeft gelaten en op die manier afstand van het slachtoffer had kunnen houden. Het café invluchten had van verdachte volgens het hof kunnen en moeten worden verwacht. Het hof meent dat de intentie van verdachte aanvallend van aard was en niet verdedigend. Het arrest van het hof is hier te vinden.

Tegen het arrest is cassatie ingesteld. In cassatie is betoogd dat de verwerping van het noodweer verweer onjuist en/of onbegrijpelijk is. In zijn conclusie van 13 februari 2018 meent ook Advocaat-Generaal Bleichrodt dat de verwerping niet in de haak is. Of verdachte zich aan de aanval had kunnen en moeten onttrekken is een normatief oordeel. Hij wijst er op dat het bij situaties als de onderhavige gaat om beslissingen die in de hectiek van het moment moeten worden genomen. Deze inschattingen/voorspellingen moeten veelal in een zeer kort tijdsbestek, binnen één of enkele seconden moeten worden gemaakt. Hij geeft daarbij aan dat als de lat te hoog zou worden gelegd door ter terechtzitting in alle rust te bedenken welke reactie optimaal zou zijn geweest. Indien aan verdachten wordt tegengeworpen dat die ideale reactie door een verdachte niet is benut, wordt volgens de A-G de maatschappelijke realiteit tekort gedaan.

De Advocaat-Generaal meent dat de motivering te kort schiet, gelet op hetgeen door en namens de verdachte is aangevoerd. De conclusie is hier te raadplegen.

De Hoge Raad verwacht op 3 april 2018 uitspraak te doen.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets