Actueel


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur



We houden u graag op de hoogte over de ontwikkelingen binnen
het strafcassatie recht.








Neem vrijblijvend contact op


Duidelijkheid en uitleg van de tenlastelegging



In een strafzaak strekt een tenlastelegging er onder meer toe voor de procesdeelnemers de inzet van het geding met de vereiste mate van duidelijkheid vast te leggen. De dagvaarding moet dan een opgave behelzen van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding van de periode en plaats waar het feit zou zijn begaan en de omstandigheden waaronder het feit is begaan. De omschrijving moet zowel in juridische als in feitelijke zin voldoende houvast bieden.

De rechter zal de feitelijke weergave in de tenlastelegging juridisch moeten vertalen. De rechter kan oordelen dat het bewezenverklaarde en ander strafbaar feit oplevert dan de opsteller van de tenlastelegging voor ogen had. Indien echter bepaalde bestanddelen van een strafbaar feit in de tenlastelegging ontbreken, kan de rechter die ontbrekende bestanddelen niet zomaar inlezen.

De vraag of een tenlastelegging voldoende duidelijk is, speelt in een zaak waarin ten laste is gelegd dat een verdachte op of omstreeks 3 december 2013 te Zevenbergschen Hoek in een woning () met het oogmerk van wederrechtelijk toeëigening heeft weggenomen “een of meerdere goed(eren)”. In cassatie is betoogd dat deze omschrijving onvoldoende concreet is zodat verdachte zich niet adequaat tegen de beschuldiging kan verdedigen.

In zijn conclusie van 30 januari 2018 geeft advocaat-generaal F.W. Bleichrodt aan dat de Hoge Raad zich nog niet heeft uitgelaten over de vraag of de termen “enig goed” en “goederen” wel voldoende feitelijk zijn.
Hoewel hij niet wil bepleiten dat concretisering van het goed in een op diefstal of heling toegesneden tenlastelegging in het algemeen achterwege gelaten kan worden, meent hij dat de omschrijving, tegen de achtergrond van het dossier, voldoende duidelijk en feitelijk is. Hij meent dan ook dat het arrest van het hof niet behoeft te worden vernietigd. De conclusie is hier te vinden.

De vraag of de rechter niet de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten, speelt in een andere zaak. In die zaak is bewezen verklaard dat de verdachte op 16 mei 2015 te Nieuwendijk ongeveer 4600 gram hennep en 3109 gram hasjiesj opzettelijk heeft vervoerd. Het bewezenverklaarde is door het hof gekwalificeerd als het opzettelijk handelen in strijd met een in art. 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van de middelen.

In cassatie is aangevoerd dat in de tenlastelegging niet is opgenomen het in art 11 lid 5 Opiumwet specifiek genoemde bestanddeel “grote hoeveelheid”, zodat de rechter buiten de tekst van de tenlastelegging is getreden. Naar de mening van advocaat-generaal mr. Bleichrodt is dat niet het geval, nu het hof de tenlastelegging kennelijk zo heeft opgevat, dat de ‘grote hoeveelheid’ is omschreven als 4600 gram hennep en 3109 gram hasjiesj. De conclusie is hier te raadplegen.

In beide zaken verwacht de Hoge raad uitspraak te doen op 20 maart 2018.







Terug naar overzicht



Plaats een bericht


CAPTCHA Image


Contact


Baumgardt Strafcassatie Advocatuur
Vasteland 78
3011 BN Rotterdam

Telefoon: 010 3100 270
Fax: 010 3100 274
E-mail: info@bacas.nl
E-mail mr. Baumgardt: baumgardt@bacas.nl
E-mail mr. Van Dongen: vandongen@bacas.nl

KvK: 68913176
BTW: 857644907B01
Bank: NL76ABNA0247440663

Route


Tweets